|
Halverwege de jaren zestig begon het. Ik werd zanger en organist in verschillende
schoolbandjes. Onderwijl leerde ik gitaarspelen. Songboeken van de Beatles en Bob Dylan.
Met akkoorden en melodielijn. Hakkelend woorden meezingen, de techniek was nog niet volmaakt. En zo ontdekte ik heel natuurlijk hoe lekker teksten kunnen bekken…
Al vrij snel had ik een heel repertoire Dylan-songs. Korte, lyrische verhalen op rijm, en de muziek gaf de woorden een extra lading. Dat gebeurde ook zo mooi in 'Sammy', het prachtige lied van mijn onbetwiste idool in die tijd, Ramses Shaffy. Het heeft me meer dan eens tot tranen geroerd, zo jong als ik was. De tekst, de kracht van die stem. En natuurlijk, ook een heerlijke melodie. Maar toch, voor alles het verhaal van het lied. Dat intense kleine drama…
|
Een andere bron van inspiratie was mijn vader. Elke week wilde hij de liedjes horen die
Jules de Corte zong voor de KRO-radio, en ik luisterde wat graag mee. En dan
de badkamergeluiden als vader zong met bronzen bas: 'Toen wij uit Rotterdam vertrokken…'
Het moest mogelijk zijn, die jongensdroom! En het kostte niets! Van vage fantast tussen de schuifdeuren tot de Dylan Der Lage Landen. De Muze en het verre verschiet. Waarom
meteen al bij de pakken neer? Niet geschoten is altijd mis!
Mijn eerste fans waren de vriendinnen met een sterk moedergevoel, de liedjes suikerzoet.
Maar gaandeweg werden toon brutaler, en de stijl herkenbaarder. Meer dan aan de soevereine teksten die Lennaert Nijgh schreef voor Boudewijn de Groot voelde ik mij verwant aan de ongekunstelde directheid van Cornelis Vreeswijk, en het rauwe engagement van Armand.
De eerste liedjes waar ik mee naar buiten trad waren meestal ongekunsteld, vrij naďef en soms heel absurd. Ik schreef ook voor het studentencabaret waar ik deel van uitmaakte in 1974.
|
De jaren '60 en '70. De Tor, het muziekcafé in de Walstraat te Enschede. Een legendarische ontmoetingsplaats voor muzikanten van allerlei stromingen. Ging je naar de Magische Stad In Het Verre Oosten, dan ging je naar de Tor. Folk, Jazz, Blues, populair en klassiek: iedereen vond er wel iets van zijn of haar gading. En er werden ook vaak sessies en open podia georganiseerd. Het was daar dat ik Wouter Muller en Henk Kuik voor het eerst tegenkwam. Na verschillende keren samen te hebben gespeeld op de muziekfeesten in het roemruchte 'Tuighuis' en het kraakpand aan de Haaksbergsestraat besloten we een groep op te richten. Het werd Jakkes en die naam stond voor plezier, eenvoud en engagement. Het repertoire bestond aanvankelijk uit
Twentse volksdeuntjes, Engelstalige traditionals, een enkele tekst van mijn hand. De presentatie was vrolijk en vol aanstekelijk enthousiasme, de kwaliteit eigenlijk alleen maar gezellig…
|
|
|
In 1976 sloot Miriam Wortelboer zich aan bij de groep met dwarsfluit. En hoewel Jakkes
wereldberoemd was in de regio werd er ook wel eens een uitstapje gemaakt naar elders,
Amsterdam bijvoorbeeld. In een buurthuis in Oost toonde Frits Lambrechts zich danig
gecharmeerd van het vrolijke engagement der Tukkers!
Begin 1977 werd er een boekenbal georganiseerd in De Meervaart. En onder de aanwezige
schrijvers Willem Wilmink. We deelden de kleedkamer, en al snel ging het gesprek over
die Magische Stad In Het Verre Oosten, Enschede! En Willem pakte zijn accordeon. En wij
onze eigen instrumenten. En de organisatoren van het boekenbal stonden met een luisterend
oor achter de deur. En in een mum van tijd was er in de foyer een spontane sessie aan de gang.
Het feest eindigde in de kleine uurtjes, nadat het publiek in hun dure kledij de 'Zevensprong'
had gedanst…
|