![]() |
Willem Ik vond iets bij jou, jij vond iets bij mij. We waren verschillend en toch zo dichtbij. We waren zo anders en toch zo gelijk. Een kostbare vriendschap. Ik voelde me rijk. Ik hoor ons nog zingen van sneeuw van weleer. En sluit ik mijn ogen dan zie ik je weer. Zo helemaal Willem, denk ik bij mezelf. Mijn dichter naast God met zijn zwak voor spuit elf... Karel Bosman, 25 augustus 2003 |
Op het podium een dansende meute, Willem Wilmink als stralend middelpunt tussen een aantal in het wit geklede dames. Hij oogde vermoeid maar leek duidelijk te genieten. Het slotakkoord van 'Wie weet waar Willem Wilmink woont', een speciaal muzikaal programma rondom het werk van 'de oude dichter'. Het deed me goed, want Willem somberde de laatste tijd nogal eens over zijn fysiek. Daarom schreef ik hem het volgende rondeel: Daar in gebouw Concordia was het een dansen en een springen. Wat ouderdom, beslommeringen? Wie danste daar de cha-cha-cha? De dichter Willem Wilmink, ja! Hij kon zich weer eens niet bedwingen daar in gebouw Concordia waar het een dansen was, en springen. Zelfs voor het oog der camera, terwijl de witte nimfen zingen, zie je de oude sater swingen. En wie, wie doet hem dat nog na, daar in gebouw Concordia? Een paar dagen later kreeg ik een brief terug: 'Beste Karel, Hartelijk bedankt voor je prachtige gedicht! Ja, dat leek op de televisie nog heel wat, maar met zoveel Rubens-meiden om zich heen zou zelfs een sinds lang begraven lijk nog een stuk opknappen. Mijn meer doordeweekse gemoedsstemming wordt goed vertolkt door iemand wiens werk ik aan 't herlezen ben, namelijk Piet Paaltjens = François Haverschmidt: 't Gaat al voorbij. De dag zal komen, Janus, Dat het met u en mij voorgoed gedaan is. …' Midden juli 2003. Telefoon. Willem. Wonderlijk, want hij belde zelden of nooit. We schreven elkaar, of we bewaarden onze verhalen voor een nieuwe ontmoeting. Wat was er aan de hand? Maar zijn stem klonk helder, en Willem nam gelijk het initiatief. 'Ik bel je alleen als ik me goed voel', begon hij het gesprek. Dat deed me deugd, want sinds zijn epileptische aanval in mei had ik niets meer persoonlijk van hem gehoord of gelezen. En dat terwijl we in de maanden daarvoor een intensieve correspondentie onderhielden over de liedteksten voor mijn nieuwe CD. Twee kaarten van Wobke hadden me enigszins op de hoogte gehouden van de situatie in Enschede. Ik wist dat het slecht ging, maar de volle ernst drong nog niet tot me door. Eigenlijk verwachtte ik ieder moment een bericht dat de toestand zich weer enigszins had gestabiliseerd. Na een wat onwennig begin verliep ons gesprek binnen een paar minuten als vanouds. Willem vertelde dat de kleinkinderen met vakantie waren, en dat hij ze miste. We hadden het uitgebreid over zijn laatste bundel, 'Je moet je op het ergste voorbereiden'. Die gaf hij me in februari met op de eerste pagina: … 'voor Karel Bosman van zijn adviseur.' En ik liet Willem ook opnames horen van de CD in een ruwe mix. 'Brugge' ( 'prachtige viool! Laat dat begin nog eens horen…'), 'Sneeuw van weleer' ( 'is dat Nickie op de sax? Wat leuk…'), 'God woont in de Fokke Simonszstraat' ( 'dat is één van onze betere, Karel…'). Na zo'n 45 minuten zei Willem: 'Ik word nu een beetje moe. Komt waarschijnlijk van de morfine…' Morfine… Als een moker op een paal. Op dat moment was er natuurlijk veel gezegd. Ik stuurde Willem de volgende dag een brief. Je kunt me ook rustig bellen als jij je minder goed voelt. Toen werd het 2 augustus… Willem Wilmink, mijn vriend en grote voorbeeld. Jarenlang ben ik met hem opgetrokken als zanger en begeleider in theatrale programma's en muzikale bloemlezingen. De verhalen op de achterbank in de auto. De spanning onderweg naar een voorstelling, de overmoed op de terugreis. Dan haalde Willem de glazen uit de theedoek, en de Duvel of de tripel Westmalle. Dan waren daar de levensliederen, en de citaten uit de ons bekende gedichten. Slauerhoff, Elschot en Gorter. Martinus Nijhoff, Hendrik de Vries, Vasalis. Moderne dichters kwamen minder vaak aan bod, maar liedjes des te meer! Willem is altijd een warme, loyale collega voor me geweest. Hij waardeerde wat ik deed, en liet dat weten. In een brief van 18 september 1987: '… jouw teksten en de mijne sluiten zeer goed op elkaar aan…' In een brief van 1 maart 1990: '… wat zou ik graag 'ik ken mezelf nog altijd niet' (ballade van kleinigheden) weer in het programma zien: een prachtig chanson.' Ik kreeg vaak leuke reacties op mijn liedjes en was daar erg verguld mee. Als Willem ze maar mooi vond, dat was het voornaamste. Dan waren ze gezien, dan waren ze niet onopgemerkt gebleven… Meerdere malen heeft hij er voor gepleit om materiaal van mijn hand in onze voorstellingen op te nemen. Zelf zag ik dat niet zo zitten. Naast Willem paste mij naar mijn mening de nodige bescheidenheid, en verder zou het anders ook nog wel eens verwarrend kunnen worden voor het publiek. Ik ben natuurlijk toch wel even een heel andere liedjesschrijver. Waar de mensen bij Willem een heerlijk feest van herkenning konden beleven zong ik mijn eigen sores en plezier de wereld in. Dat moest namelijk ook gebeuren. Maar dan toch het liefste onder mijn eigen vlag. Wat overigens niet wegnam, dat ik het altijd een genot en zeker ook een eer heb gevonden om de liedjes van Willem te vertolken. Dat vind ik nog steeds trouwens. Het stelde me in staat om een andere kant te ontwikkelen: die van voordrachtskunstenaar. Op zoek naar het moment dat alles klopt, in tekst, muziek en uitvoering. Vooral met dat laatste ben ik nogal eens onzorgvuldig omgesprongen in het verleden. Keer op keer ontdekte ik hoe meesterlijk de miniatuurtjes van Willem in elkaar zaten, Met speels gemak een heel verhaal, vederlicht, en toch vol ontroering. En dan taalkundig verbluffend eenvoudig, helder als glas, maar nooit oppervlakkig. Willem heeft me zovaak de woorden gegeven waar ik al heel lang naar op zoek was. Ik voelde me dan ook dankbaar en zielsgelukkig met zijn toezegging: 'Als jij de Buma/Stemra-rompslomp regelt gebruik dan van me wat je wilt.' Uit een brief van 30 december 2001: '… Nog even, en dan worden de dagen minder donker en minder zwaar, of in één woord: lichter. Fijn dat je zo positief denkt over mijn meest recente poëzie: sommige dingen gaan me steeds moeilijker af dan vroeger. Maar lekker eten en drinken én poëzie, proza en muziek bekomen me sinds ik immobiel ben geworden, beter dan ooit, ik ben lichamelijk en geestelijk een smulpaap geworden, waarbij je ook 'paap' letterlijk mag opvatten, want hoe minder ik geloof in hel, vagevuur, hemel, duivels, engelen en God, hoe algemeen-religieuzer ik me voel. Hoe zinrijk toch zijn al die verhalen over Adam en Eva, Bileam en de pratende ezel, Jezus straatarme herders aan geender straten: zoals naar ik meen volgens de Duitse historicus Ranke, geschiedenis 'Sinngebung des Sinnlosen' is, zo is ook religie dat, en zonder zingeving - zelfs aan de vormen van de wolken, vormen die we op eenden en vreemde landen vinden lijken - kunnen we niet leven. Kom gauw weer eens eten. Liefs, ook van Wobke, Willem De poëzie waar ik zo positief over dacht was onder andere de bundel 'Waar komt dat kind vandaan', verzen van zijn jeugd, geschreven ter gelegenheid van Willems vijfenzestigste verjaardag. Het riep bij mij herinneringen op aan een van zijn mooiste bundels: 'Javastraat'. Bij het eerstvolgende gesprek zei Willem me: 'Jij moet ook eens wat van je werk bundelen, Karel!' Daar ben ik eens over gaan nadenken en dat leverde me een idee op voor een nieuw programma. Liedjes uit verschillende muzikale periodes, als solist, met de groepen Jakkes en Quasimodo, en uit de voorstellingen met Willem. Die zou ik aanvullen met recent werk. In maart had ik een tiental liedjes uitgezocht, en daar zette ik er vijf van op een demonstratie-CD: 'De volle vijf'. Vervolgens ben ik gaan schrijven, en terwijl ik daarmee bezig was ontstonden er plannen voor een volledig album. In september 2002 was ik al een behoorlijk stuk gevorderd en vroeg ik Willem naar zijn oordeel over wat ik toen al klaar had. Daarbij stuurde ik hem de nieuwste CD van Tom Waits, 'Alice' genaamd, waar ik zelf heel enthousiast over was. Willem reageerde verrukt in een brief van 15 september: 'Hallo Karel! Wat een prachtige CD! 'Alice' doet me aan een schaatsgedicht van Achterberg denken. 'No One Knows I'm Gone', 'Poor Edward' (met een Edgar Allan Poe-citaat uit diens 'The Tell Tale Heart': 'things heard only in Hell'), 'I'm Still Here': een van de mooiste liefdesliedjes die ik ooit hoorde en het ongeëvenaard mooie 'Fish and Bird': hartelijk bedankt voor al dat moois. (3x mooi in 1 zin is overigens niet zo mooi: mijn stijl slijt!) (…) Je liedje over die laatste activist is misschien iets gedateerd, maar in dat geval moet je 't als zodanig, dus in een terugblik brengen: niets aan veranderen. (…) Ik blijf graag meedenken over je teksten. 'Om net zoveel' is helemaal goed lijkt me. 'Nachten zo wild' is uit mijn Emily Dickinson- vertaling. Emily zoog dit, in tegenstelling tot Karel B., geheel uit haar duim. Of zou ze toch… Tot wederziens en -horens, veel liefs en een ferme socialistische groet van Wobke en Willem Wilmink. De plannen voor het complete CD-album werden steeds concreter, de voorstelling 'Zul je net zien' zou begin 2003 in première kunnen. Op 7 november stuurde ik Willem weer teksten ter beoordeling, 10 november stond er in zijn brief: 'Lieve Karel, over 'Het oude liedje' belde je: 't is nog een concept, ik kan er niet over oordelen. Van 'Sneeuw van weleer' vind ik de eerste drie strofen prachtig. De strofe met 'weggesaneerd' brengt eenzelfde breuk tot stand als die in het door Sonneveld gezongen 'Het dorp': ineens de klacht over het nuchtere heden. Vroeger was het beter, lijkt er dan te staan en dat verdringt de veel diepere ontroering van WAT ER VROEGER WAS IS ER NIET MEER. Van 'Hemelsblauw' vind ik de tweede regel erg moeilijk, Verder is het een mooi liefdeslied in de trant van 'I love you as I loved you when you were young, when you were sweet sixteen.' 'Nouveaux riches' boeit me niet omdat de mensen over wie het gaat me niet boeien. 'Mijn goeie fatsoen' maakt op mij een onaffe indruk, maar het zou een mooie tegenhanger kunnen worden van 'Eeuwige fantasten' op je CD, waarop van jouw hand ook 'Arme dwazen' en 'Ballade van kleinigheden' , Karels klassiekers, die Karel altijd moet blijven doen! 'Dronkemansdroom' is prachtig, met dat mooie dubbelzinnige einde: drie beslist geen zeestraten; een wrak, maar niet van een schip. Over tante en andere bewoners van de buurt vond ik nog niets: doe je dat in verhalende vorm? Een verhaal over je vaders relatie met de slootkant zou daar heel goed bij passen. 't Gaat hier goed. Over mijn kleinzoon schreef ik onder meer dit gedicht: Hij zit bij oma achterop de fiets, een vrolijk jongetje van bijna twee en roept bij elke bloembak: 'Weer een bloembak!' Oma beseft opeens hoe mooi de stad is waarin zij al weer zoveel jaren woont: die stad is het beginpunt van de trein! Liefs van huis tot huis, hopelijk tot gauw, Willem Een verhaal over mijn vaders relatie met de slootkant, ik had al een aantal pogingen gewaagd. Maar het wilde niet echt vlotten. Ik had wel een aantal van zijn uitspraken opgeschreven. Ik had ook al zijn albums van Verkade in de boekenkast. Twintig in totaal, geschreven door o. a. Jac.P.Thijsse en A.F.J.Portielje. En geïllustreerd met prachtige kleine aquarellen, die de mensen vroeger als plaatjes cadeau kregen bij de producten van Verkade. Een wonderlijke wereld waar je als kind in kon wegdromen om even volmaakt gelukkig te zijn. 'Ja, jongen,' zei mijn vader eens, 'er zijn op deze wereld zoveel mooie dingen, daar kan de narigheid nooit tegenop…' Ik heb ooit eens een paar van de albums meegenomen naar Willem en Wobke. Portielje wist Willem zich ook heel goed te herinneren, als de directeur van Artis. 'Die was op televisie in één van de allereerste uitzendingen. Met gorilla waar hij over vertelde. Maar het beeld in die tijd was nog niet zo scherp, dus wisten we eigenlijk niet precies wanneer Portielje aan het woord was, of de gorilla.' Soms bladerde mijn vader mee, en vertelde hij bij de beelden. Ooit besloot hij met de woorden: 'Als je het niet ziet, is het er voor jou dus niet.' En dat zou toch jammer zijn, nietwaar? De kanttekeningen van Willem bij de eerste varianten van verschillende teksten brachten me tot een aantal verbeteringen. Die stuurde ik hem met de uitspraak van mijn vader. En met de opmerking dat er in de lente ereprijs had gebloeid op zijn graf. Dat kleine hemelsblauwe bloemetje van de veronica-familie… Een paar dagen later: 'Lieve Karel, ik ben het uiteraard volkomen eens met je verbeteringen en ik heb een deel van je brief verwerkt tot het volgende liedje: De ereprijs voor Karel Bosman Mijn vader was een beste man en de natuur, daar hield hij van: wat hij in het leven moest ontberen, dat kon de slootkant compenseren. Hij zei: 'Maar als je het niet ziet, is het er voor jou dus niet.' Hij hield van 't kleine koninkrijk van bloemen, water, gras en slijk en vond de rappe salamander meer prins dan Willem-Alexander. Jawel, maar als je het niet ziet, is het er voor jou dus niet. Belangrijk is hij nooit geworden, geen sprake van een ridderorde, maar op zijn graf groeit, eigenwijs, de hemelsblauwe ereprijs. Jawel, en als je die niet ziet, dan deug je niet. Willem Wilmink 20, 21 november 2002 Een allerhartelijkste groet, ook van Wobke. Hopelijk tot gauw! Willem Eind november ben ik naar Enschede gegaan om Willem te bedanken met een Belgisch biertje, en op de bank in de voorkamer hebben we samen nog twee kleine correcties gepleegd op deze eerste variant. Begin december stuurde ik Willem een laatste versie van 'Sneeuw van weleer' En van 'Tante' en 'Morsig café' elk twee varianten. Met daarbij het vermoeden dat mijn spontane schrijfsels beter waren. Het antwoord kwam 12 december. 'Lieve Karel, dank voor je beide brieven. Wat 'Sneeuw van weleer' betreft: een dubbele punt hoor je niet, dus als varianten in de laatste strofe stel ik voor: 'Er is ook een speelplaats, want de straat is niet meer voor het grut, zoals toen, in die sneeuw van weleer.' Van 'Tante' en 'Morsig café' vind ik de eerste versie inderdaad overtuigender. In het refrein van 'Tante' zou je een deel van 'Morgenrood' kunnen inbouwen, bijvoorbeeld vers 1, 2 + slot: 'Morgenrood, uw heilig gloeien heeft ons steeds de dag gebracht. (…) Roze gloed kleurt reeds de wolken, d'ochtendwind ruist door de blaên. Weldra is voor alle volken 't schitterend zonlicht opgegaan. Voor de hele tekst + muziek, zie Jaap van de Merwe, Gij zijt kanalje! P. 179. Bij 'Morsig Café' zou je een textueel bruggetje kunnen maken naar 'Eeuwige fantasten'. Je komt nu, mét je CD, al een aardig eind. Als je iets met 'Ereprijs' doet, wil jij het dan (op een gezamenlijk, dus ook door mij te ondertekenen, formulier) declareren? Dat moet nu eenmaal. Allerhartelijkste groet, ook van Wob en aan de jouwen, Willem, textueel adviseur van Karel Bosman en Herman Finkers. Rond kerstmis 2002 was de voorstelling klaar voor wat betreft de liedjes. Ik heb Willem het complete draaiboek voor de première toegezonden, inclusief de verbindende teksten. Die première vond plaats op 7 januari 2003 in het Steigertheater te Nijmegen. Volle bak, geweldige sfeer, stijf van de zenuwen. Helaas geen pers aanwezig, dus geen recensie... Wat is dat toch in Nijmegen met plaatselijke media en muzikanten? Maar goed, dit terzijde. Op de dag van de eerste voorstelling ontving ik een brief. 'Lieve Karel, alvast veel succes gewenst bij je première! Als jij de Buma/Stemra-rompslomp maar in orde maakt en mij doet toekomen, gebruik dan van me wat je wilt. Dan: je subtiele en zachtmoedige intermezzo's. Van 'Mei' zou ik regel 1 letterlijk citeren en dan ook de sublieme regels over die fluitende jongen waar 't fragment mee besluit: 'Een nieuwe lente en een nieuw geluid: (…) En menig moe man, die zijn avondmaal Nam, luisterde, als naar een oud verhaal, Glimlachend, en een hand die 't venster sloot, Talmde een pooze wijl de jongen floot. (…) 't Wordt heel mooi op die manier, maar enigszins verstild, misschien 't beste geschikt voor een publiek dat figuurlijk en letterlijk heel dicht bij je zit. Maar dat gevoel kun jij mensen ook in een ruimere omgeving wel geven! Bij deze een foto van een huisconcert dat ik gaf samen met de bekende Mondharmonicavirtuoos Sam Willem Deckers. 't Programma was: 1. Berend Botje 2. Op een grote paddestoel 3. Op een klein stationnetje 4. 'k Zag twee beren broodjes smeren 5. 'k Zag twee slangen de was ophangen 6. Variaties op het thema van Beethoven (Für Elise). Het concert was een groot succes, vooral bij de aldaar aanwezige vrouwen. Liefs, ook van Wobke en kom gauw eens langs! Willem P.S. De aanzet tot een nieuw liedje van me: 'My nightmare is a white Christmas With broken legs and broken arms!' De voorstelling 'Zul je net zien' stond op 7 maart 2003 in theater Concordia gepland. Met een aantal gastmuzikanten, want we zouden in Enschede de première nog eens even dunnetjes overdoen. Op 18 januari schreef Willem: Lieve Karel, dank voor het formulier, waarop ik met potlood aantekende dat nummer 2 oorspronkelijk een andere titel had: 'God woont in de Fokke Simonszstraat'. Jij kunt deze aantekening al dan niet in je formulier verwerken en dan uitgummen. 'Nachten zo wild' is, zoals je weet, naar Emily Dickinson. Als jij de ontvangst van 't formulier doorbelt zouden we een afspraak kunnen maken voor een andere datum dan 7 maart: die dag hopen Wob en ik naar Concordia te komen en het lijkt me voor zowel jou als mij beter om daar geen gezamenlijk eten aan vooraf te laten gaan: mij wordt de avond dan te zwaar en jou misschien te licht. Je moet met de voorstelling maar doorgaan zoals Wim Kan het deed: zo nu en dan een tekst vervangen, alles laten groeien. Het door jou als 'last minute'-gedicht ('Cirkels', KB) wordt naar het einde toe steeds mooier. Blijf daarnaast ook vertalen: fijn werk en goed voor de techniek. Ik ben Nescio aan het herlezen, prachtig, zeer Amsterdams, met zo nu en dan een ontsnapping naar 't boerenland of naar 't zeer poëtisch beschreven Nijmegen. Van Amsterdam droom ik vaak, er is een nevelige rondweg omheen, die met de auto niet te doorbreken valt, ook al is de Westertoren bij vlagen van dichtbij te zien. Tot spoedig. Een recht hartelijke groet, ook van Wobke, Willem. P.S. De kleinzoon Sam gaat technisch hard vooruit: soms zingt hij tussen het spelen door een coupletje en hij begint, zeer professioneel, pas te spelen als ik 'één, twee, drie' gezegd heb. Willem heeft de voorstelling niet bezocht, hij was te ziek. Een paar dagen later heb ik even gebeld. 'Waarschijnlijk een griepje' hield hij zich flink. En hij informeerde hoe het gegaan was. Uitstekend. Alleen de zaal was niet uitverkocht. En eigenlijk had ik dat in stilte wel verwacht in Enschede. Willem stuurde me een kaart met het volgende troostrijke gedicht: 'Lieve Karel, Uw belletje, bezoek of brief, wij hebben ze van harte lief. Bedankt daarvoor en ga maar door hetzij voor klein of groot gehoor. Blijf zingen, allerwegen, Gij orgel van Nijmegen!' Ik ben in maart nog op bezoek geweest in de Javastraat. Willem voelde zich goed, maar was wel gauw moe. Dus ben ik direct na het eten weggegaan. Het was de laatste keer dat we elkaar zagen. Willem wilde weten hoe het met de kinderen ging, en vroeg naar wat mijn dochter Nickie ging doen. Misschien toneelschool, ze was in elk geval druk met audities in Amsterdam en Maastricht. En anders eerst een paar jaar Psychologie. Verder wat zaken van algemene aard, en dat de eerst opnames voor de CD in april zouden plaatsvinden. Ik hou je op de hoogte, Willem… Na twee brieven van mij schreef Willem me op 24 april 2003 zijn laatste brief. Goede Karel! 'Eenmaal zullen wij de kampioenen zijn: FC Twente, FC Twente', zo zing ik nog wel eens. Misschien dat mijn kleinkinderen het mee zullen maken. Weet je al wat meer van Nickie's nabije toekomst? De klinische psychologie (Vrije Universiteit A'dam) lijkt mij heel wat aantrekkelijker dan die van beroepskeuzevoorspellingen etc. (…) Vraag gerust advies voor 'Mijn goeie fatsoen' Hier een recent gedicht/lied van mij, waar Marieke, en ook Herman van Veen al muziek op hebben geschreven: Huiswerk Toen ik nog een jongen was, als de zomer dan begon, ging ik graag nog wat naar buiten in de zachte avondzon. En je praatte met wat jongens en daar liep een mooie meid. Maar voordat je in de straat was, riep je moeder nog altijd: Is je huiswerk al wel af? Ben je klaar met ieder boek, Voor je daar weer gaat staan lummelen op de hoek? Als student zag ik de hoeren op het Oude kerksplein, die in omvang en in leeftijd wel mijn moeder konden zijn. Jaren later zag je hoertjes, ook op straat wel, in de kou, zo godsallejesus jong nog dat je bijna vragen zou: Is je huiswerk al wel af? Heb je ieder vak gedaan voor je met je blote benen hier ging staan? In de krant zie ik een foto van een dappere soldaat die toch eigenlijk wel blij is dat ze weer naar huis toegaat. Ze is een Amerikaanse en ze ligt op een brancard en omdat ze nog een kind is, aardig kind is, vraag ik haar: Was je huiswerk al af? Was je klaar met ieder vak, voor je zo gewond moest raken in Irak? WW, 3, 4 april 2003 Liefs van deur tot deur, van stad tot stad, Willem. In mei had Willem de puf niet meer om zelf te schrijven. Wobke bracht me op de hoogte van de gebeurtenissen. En toen dus voor de laatste keer zijn stem, door de telefoon… Nijmegen, 25 januari 2002, een prachtig opgemaakte kaart met: 'Karel is jarig! Is Karel jarig? Dan rest nog de vraag: welke Karel is jarig vandaag? Karel de Grote, die 't Valkhof verbreedde of Karel de Vijfde van Filips de Tweede of wellicht Karel van Aznavour, de nooit aflatende troubadour of de dichter Karel van Orléans met een oorrijm op 'man' en een oogrijm op 'mans' of Karel de Kale… o … als ik het toch wist … Karel Dickens misschien? Van Oliver Twist? Wacht even! Sluit ook die Karel niet uit wiens naam in het Engels 'houthakker' luidt: de Karel die zo voor de slootkant voelt om het kleurige leven dat er krioelt, de Karel die veel om zijn kinderen geeft en die nooit geld of geldzorgen heeft, de voor zijn vrienden en al zijn ex-vrouwen altijd aanwezige Karel de Trouwe. Huize Javastraat. Op de bank in de voorkamer. Wobke en Willem. Ik voelde me altijd zo warm welkom bij die twee. Willem met het gulle glas, Wobke met een heerlijke haring: waar hadden we het allemaal aan verdiend? En dan de gesprekken! Gesprekken die al snel verhalen werden, anekdotes, beschouwingen. En als het tweede flesje werd geopend waren daar de citaten van de dichters. Ik moest ze op de Mulo uit mijn hoofd leren. Helemaal zo slecht nog niet als leermethode, vond Willem. Vraag scholieren niet naar wat de dichter bedoelt, maar open ogen en oren voor het spel van klanken. Voor die wereld met een melodie. Het is een godvergeten schande dat Jan Wolkers nooit de Nobelprijs voor literatuur heeft gekregen! Die man heeft met zijn oeuvre de hele Mulo aan het lezen gekregen. Jan Wolkers… wat lijkt die prachtige man op mijn vader in zijn liefde voor alles wat leeft en bloeit. In één van de Verkade-albums, 'Zeewateraquarium en terrarium' vond ik een artikel uit de NRC, geschreven door Jan Wolkers. 'Het kruipend gedierte des aardbodems' heette het, en het verhaal ging over de komst van rugstreeppadden in zijn vijver. '… En in het voorjaar hoorden we ze ineens kwekken, de rugstreeppadden. Het duurde niet lang of we zagen honderden paddenvisjes. Als die allemaal tot wasdom komen kom ik rijkelijk in de padden te zitten! Een paar Keer per dag loop ik van mijn werk er even naartoe om te zien, hoe ze krioelen in het zonbeschenen water. Er zijn niet zoveel manieren om gelukkig te zijn. Dit is er één van.' Ik liet Willem het artikel lezen. Ontroerd zei hij me toen dat het tijd werd voor een lied over mijn vader. In alles te kort geschoten, Willem. Maar gelukkig keek jij mee over mijn schouder… Willem Wilmink, de oude dichter, mijn lieve vriend. Ik zal hem nooit vergeten. Zijn zachtmoedigheid, zijn humor, zijn warmte. We hadden een hechte band met elkaar en er was een blind vertrouwen onderling. Ik voelde dat de mens achter de dichter me nodig had, zoals ik hem. En in dat gevoel zag ik Willem met Wobke. En in dat gevoel zie ik hem nog steeds. '… 't Wordt heel mooi op die manier, maar enigszins verstild, misschien 't beste voor een publiek dat figuurlijk en letterlijk heel dicht bij je zit. Maar dat gevoel kun jij mensen ook in ruimere omgeving wel geven!' Voor minder ga ik niet, Willem… |